1 De zitting, bedoeld in artikel N 15, eerste lid, onder a , vangt aan op een door burgemeester en wethouders vast te stellen dag en tijdstip, maar niet eerder dan de zevende dag voor de stemming. 2 De zitting, bedoeld in artikel N 15, eerste lid, onder b , vangt aan op de dag van de stemming om zeven uur dertig ten aanzien van de stembiljetten die zich op dat moment in de stembus bevinden, of zoveel later als burgemeester en wethouders bepalen. 3 De aanwijzing van de locaties, bedoeld in artikel N 15, tweede lid , en de tijdstippen wordt ten minste zeven dagen voor aanvang van de eerste zittingsdag van het briefstembureau bekendgemaakt.
§ Kieswet art. N 16Hoofdstuk N
nl · 645 chars · active
Primary source. The text above is the canonical statute body as it appears in this revision of the atlas. Verify against the official gazette before quoting in litigation or formal advice. Spot an error? Suggest a correction.